|
Hildegard Von Bingen
Naar Eibingen (Afl. 3)
Hildegard sticht een tweede klooster in Eibingen, aan de overkant van de Rijn. Tweemaal per week vaart ze er met een bootje heen. Haar faam als wonderdoenster groeit als zij een bezeten vrouw weet te genezen. Aan haar laatste secretaris vertelt ze haar leven en licht ze haar visioenen toe. Ze geraakt in conflict met de kerkelijke overheid van Mainz, een conflict dat haar uitput. Kort daarna, op 17 september 1179, overlijdt ze in haar klooster op de Rupertsberg.
|