|
Post Gevat: Brief van Ann Verscuren aan Maria
Post uit Denemarken. Ann Verscuren moest zich reppen, want de meimaand zit er bijna op. Wees gegroet Maria
Op het einde van deze meimaand-Mariamaand wil ik jou toch nog even in de bloemetjes zetten. Niet dat ik je zo goed ken of je vriendin wil worden. Daarvoor hebben we misschien niet genoeg gemeenschappelijk. Jij bent zéér jong moeder geworden en hebt je kind zijn eigen-zinnige weg zien gaan. En ik, ik heb geen kinderen. Jij weet wat het is om met eigen ogen je zoon te zien eindigen op een martelinstrument. Ik kan me daar nauwelijks iets bij voorstellen.
Daarbij ben jij door de eeuwen heen veranderd: volgens mij ben jij een sterke vrouw van vlees en bloed die de klappen van het leven én de dood kent. Maar je werd door het mannenbastion van de Kerk omgetoverd tot een gehoorzame, goddelijke, heilige maagd die zich in pastelblauwe gewaden hult en beaat glimlacht. En ik: laten we zeggen dat ik niet van dat soort blauw hou.
Toch is het gek, Maria. Toen ik nog in België woonde, kwam je regelmatig op mijn pad, maar besteedde ik nagenoeg geen aandacht aan jou. Op fietstochtjes reed ik voorbij grote en kleine kapelletjes waar noveenkaarsen, plastieken bloemen, blauw-witte linten en afgebladderde verf jou omringden. In kerken vond ik je vroom met de handen voor de borst gevouwen of - menselijker - als een ontroostbare moeder die haar gestorven zoon in de armen hield. Bij het passeren van een nagemaakte Lourdesgrot, kreunde ik meestal van afschuw, maar toegegeven: in al zijn lelijkheid is het fenomeen zo aandoenlijk dat het bijna mooi wordt. Misschien was ik nog het meest onder de indruk van jou als ik in de kapel kwam van het ziekenhuis waar ik werkte. Sorry, ik zeg het verkeerd. Ik was vooral onder de indruk van de tientallen kaarsjes die voor jou stonden te branden. Ook al kan je geloof niet berekenen, toch bleken er zo'n 100 kaarsjes per dag opgestoken te worden. Met andere woorden: je was daar populair.
Nu woon ik in Denemarken, een protestants land waar er geen plaats is voor jou als bemiddelares tussen God en mensen. Hier ben je compleet onzichtbaar, en juist daarom mis ik je vertrouwde gestalte.
Weet je, Maria, in diezelfde ziekenhuiskapel van daarnet werden er niet alleen kaarsjes gebrand, maar stond ook het intentieboek vol met smeekbedes tot jou. "Lieve Vrouwke, zorg er toch voor dat mijn zoon geneest." "Maria, moeder van iedereen, ontferm u over mijn kleindochter die op het verkeerde pad is."
Uiteindelijk zijn het dus de gewone mensen die jou terug omtoveren. Tot iemand in wie zij zich herkennen en aan wie ze zich durven toevertrouwen. Tot een Moeder van vlees en bloed die de klappen van het leven en de dood kent. Tot iemand die de vrouwelijke en tedere kant vertegenwoordigt van een God die zo vaak mannelijk, machtig, streng en straffend werd en wordt voorgesteld.
Maria, hopelijk doet het je deugd dit te horen. Misschien is een vreugdesprongetje wel op zijn plaats, daar in die Lourdesgrotten, duffe kapelletjes en kille nissen. Wie weet kom ik dan ooit voorbij een beeld van een huppelende vrouw. Oeps, daar slaat mijn fantasie weer op hol.
Hou je taai en teder, Maria
een voorbijgangster
Ann, bedankt voor alle geëngageerde brieven die we uit Kopenhagen mochten ontvangen. Ze zijn op deze website allemaal nog te herlezen.
|