|
Post Gevat: Hommage van Ronald Sledsens aan de vormselcatechist
Er is post. Van een godsdienstinspecteur die dezer dagen ook als vormheer rondgaat. Ronald Sledsens treedt met zijn brief in de voetsporen van Mark Van de Voorde. Brief of liever Hommage aan een vormselcatechist
Als ik als vormheer jou in je zacht getinte ensemble van zwierige zijde en schoenen met spitse neuzen en hoge hakken de ochtend van het vormsel in de narthex van het kerkportaal tref, kan ik maar nauwelijks vermoeden hoeveel zweet er achter deze elegantie verborgen gaat. Ik zie hoe je in jouw geest achter het item 'vormheer' een turfje maakt, tevreden dat ik mij tenminste gemeld heb. Maar van alle onzekerheden die een catechist vanaf de eerste inschrijvingsavond tot een dik uur na het einde van een vormselviering kunnen overkomen, ben ik maar een fractie. Op voorwaarde natuurlijk dat ik het een beetje behoorlijk doe, de kinderen weet aan te spreken en me niet te ver van het boekje waag. Vormselcatechisten bezitten de aisance om al deze verwachtingen met een enkele krachtige blik in een vormheer te downloaden en hem vervolgens in het bestand 'sacristie' op te slaan. Intussen kan jij je helemaal focussen op de ruim vierhonderd achtentwintig overige items op jouw probleemlijstje. "Waarom moest Ellen die klarinet zou spelen zo nodig gisteren geelzucht krijgen? Waar zijn de rozen voor op het einde? Waarom kenden ze donderdag tijdens de generale ineens hun liedjes niet meer? Waarom wil de papa van Kenn zijn hand niet op diens schouder komen leggen? Komen die hapjes voor de receptie nadien voor mekaar? Gaan de ballonnen niet slap hangen zoals vorig jaar? Wie heeft het karrewielbrood voor de offerstoet doen verdwijnen? Waar is het papiertje met jouw dankwoordje voor de catechisten? Waarom maken die vormelingen in dat rangeerstation naast de kerk toch zo n hels lawaai? Waarom wil dat rotfonteintje dat het doopwater moet suggereren nu plotsklaps niet meer sproeien? Zal er geen gsm rinkelen tijdens de dienst?"
Twee uur later ontmoet ik jouw zwierige zijde en de spitse neuzen op het gazon van het wijkschooltje opnieuw. Dit keer met de blik waarmee een finalist voor de Elisabethwedstrijd het podium verlaat: trots, intens gelukkig en nog een beetje bang voor de beoordeling door de jury. Die blik komt me bekend voor. Ik zie hem deze lente in de ogen van tientallen catechisten , maar het moeten er in Vlaanderen een paar duizend wezen: vrouwen zoals jij van meestal tussen dertig en veertig die met hun grote moederhart de kinderen warm houden voor de kerk. De zijde lijkt zo zwierig omdat er een heilige nooit aflatende geest doorheen waait. Een gave Gods. Ik wens je van harte proficiat voor maar weer eens een jaar gegevenheid.
Ronald Sledsens
|