|
Post Gevat: Brief van Mark Van de Voorde aan de vormselcatechisten
Het zullen geen eenvoudige tijden zijn voor onze Wetstraatman, Mark Van de Voorde. Maar géén spoor van pessimisme in zijn brief. Lieve dames en heren vormselcatecheten,
vooral dames (want jullie zijn met veel meer),
De laatste loodjes wegen het zwaarst, zegt men. En voor jullie komen die laatste loodjes er nu aan: de meimaand is immers ook de vormselmaand. Maanden van voorbereiding op het vormsel lopen op het hun einde. En soms, zo niet altijd, denk je dan: en het vormsel is ook het kerkelijke einde van die jongeren die we hebben begeleid.
Da dag van de plechtige communie wordt een mooie dag waar je naar uitziet, maar toch ook een dag met die zure bijsmaak die overal in Vlaanderen na de feestdis van de vormselvieringen aan het ver-hemel-te blijft hangen: was dit nu het plechtige afscheid?
Is het wel goed dat wij onze feestvreugde zo laten verzuren? Neen! Het is allereerst fout om van een plechtig afscheid te spreken. Voor heel wat kinderen valt geen afscheid te nemen, want na hun doop hadden ze al nooit een stap in een kerk gezet, behalve die keer van hun eerste communie. We zouden veeleer de periode van de vormselcatechese met de intense laatste weken en de bekroning met sacrament en ritueel een plechtige kennismaking met geloof en Kerk kunnen noemen.
Als de meeste van die kinderen straks niet meer in jullie parochiekerk verschijnen, namen ze geen afscheid. Ze namen gewoon de draad van hun vroeger leven weer op. Bovendien zijn zij het niet die daartoe beslissen, maar hun ouders. Die vinden vaak al na een week dat het welletjes is geweest.
Het komt er voor een parochie op aan ervoor te zorgen dat die plechtige kennismaking de zin voor de betere smaak heeft bijgebracht: de smaak van het hogere, van het gebed, van het Godsvertrouwen, van een gemeenschap die op meer berust dan op wederzijds profijt. Het is zoals met culinaire geneugtes: wie nooit kreeft heeft geproefd, kan niet weten of die lekker is.
Natuurlijk is het vormsel meer dan een smaakmaker, het is een plechtige belofte van geloofsengagement. Maar wie zijn wij om te oordelen over de oprechtheid van die kinderen? Zelfs al vermoeden we dat het straks overgaat, toch moeten we niet oordelen. "Door anderen te beoordelen verspillen we onze energie doelloos", schreef Thomas a Kempis in zijn Imitatio Christi.
Of ze het menen op het moment, daar komt het op aan. Meer kun je niet verwachten van kinderen die afhankelijk zijn van hun ouders. Wat ze er later van maken, dat hebben jullie niet in de hand. Dat ze het op dat moment menen, daar dragen jullie wel verantwoordelijkheid voor. Hoe sterk is jullie geloof, hoe krachtig jullie getuigenis, hoe meeslepend jullie enthousiasme? Bezochten jullie met jullie (Gods) woord de wachtkamer van hun ziel, waar de grote levensvragen op de bank zitten tot de deur van de levenspraktijk opengaat?
Natuurlijk blijven jullie zitten met de vraag die aan jullie inspanningen ontsnapt: En wat morgen en overmorgen? Weet, ook van de vrouw die aan bloedvloeiingen leed, van de blinde bedelaar Bartimeus, van het dochtertje van Jairus, van de dochter van de Kananitische vrouw, van de knecht van de honderdman en van zovele anderen in het evangelie weten we ook niet of ze trouw zijn gebleven aan het grote geloof waarvoor Jezus hen prees. We weten alleen dat Jezus voor en met hen wonderdaden deed ter wille van hun geloof op dat moment.
Bij de parabel van de zaaier kijken wij altijd naar de doornen, de rotsen en de weg waarop het zaad vruchteloos neerkwam. Misschien moeten we leren de zaaier te zien. Hij stopte geen zaadjes in potjes, maar zaaide breeduit, met grote zwaai. Hij wist immers dat alleen wat gul gezaaid werd, vrucht zal dragen. "Alle perfectie in het leven is vergezeld van een zekere mate van onvolmaaktheid", schreef Thomas a Kempis.
Bedankt en maak er mooi vormselfeest van,
Mark Van de Voorde
|