|
Post Gevat: Brief van Mark Van de Voorde aan ziin vrijzinnige vrienden
Wetstraatman Mark Van de Voorde schreef een open nieuwjaarsbrief aan zijn vrijzinnige vrienden. Beste vrijzinnige vrienden,
Het voorbije jaar hebben wij vrij zinnige gesprekken gevoerd. 'Vrij zinnig', in twee woorden: behoorlijk zinnig, maar ook zinnig én vrij. Ik voelde mij altijd vrij om te zeggen wat ik dacht en om uit te komen voor mijn geloof.
Jullie glimlachten wel eens: passend beleefd meestal, soms venijnig geniepig. Het cynische trekje om jullie mond trok vaak snel weg. Ook jullie wisten: de mens redt het niet met zijn rationaliteit alleen. Soms las ik een voorwaartse heimwee in jullie ogen: "...Misschien toch..." Maar ook die blik diafragmenteerde heel snel op 'normaal'. Op wat jullie normaal noemen dan.
Het waren boeiende gesprekstochten, omdat wij nooit de veilige parking opzochten achter borden met nietszeggende platitudes, zoals: "In wezen zijn wij het eens met elkaar." Natuurlijk zijn wij het in wezen niét eens met elkaar. Omdat wij dàt aan elkaar konden zeggen, konden we een heel end opschieten met elkaar.
Helaas, veel gelovigen kunnen de last van zo'n tocht niet velen en zeggen dan maar: "In wezen zijn we het eens!" Einde gesprek dus. Zo komt het dat menigeen uit jullie kringen denkt dat jullie het bij het algemeen aanvaarde rechte eind hebben.
Ter gelegenheid van de Nederlandse Maand van de Spiritualiteit, vorig jaar november, schreef de successchrijver Kluun het boekje 'God is Gek - De dictatuur van het atheïsme'. Hoewel het aantal Nederlandse atheïsten slechts 14 procent bedraagt, heeft hij, schrijft Kluun, de indruk dat die allemaal bij de opiniërende media zijn terechtgekomen. Bij ons lijkt ook soms (niet altijd) dat ongeloof het juiste geloof is, en een goede Kerk een doodzieke Kerk.
Dat zeiden jullie niet, mijn beste vrijzinnige vrienden, maar jullie gaven toe dat aan jullie kringen een haastige zendingsdrang niet vreemd is en dat sommigen hiervoor de politiek graag te hulp willen roepen. Ik heb dat één keer ervaren vorig jaar. Neen neen, ik heb het niet over dat afgevoerde wetsvoorstel.
Ik was door de Vrijzinnige Humanistische Vereniging gevraagd voor een lezing aan de VUB, gevolgd door een debat. Mijn tegenspeler was Dirk Verhofstadt, ... de broer van ... Dat hij weinig tegenwerpingen had tegen mijn betoog, zei hij, maar dat hij niet gekomen was om mij gelijk te geven (waar hij gelijk in had, want dan heb je geen debat). Dus ging hij over op het klassieke requisitoir: de hele reutemeteut kwam erbij te pas, net niet de kruistochten. Hij eindigde met twee stellingen: dat het verboden zou moeten zijn om christelijke scholen en ziekenhuizen met overheidsgeld open te houden, en dat in de officiële samenleving eigenlijk alleen de vrijzinnige ethiek zou mogen gelden.
Dat zette een aantal aanwezigen ertoe aan om in de aanval te gaan. Neen niet tegen hem, maar wel tegen mij en tegen de Kerk. Nogal arrogant, nogal intolerant en bovenal weinig rationeel. Ik moet erbij vermelden: het waren allemaal erg grijze heren die dat deden. De jongeren, studenten aan de VUB, zaten onwennig op hun stoel te wriemelen (achteraf kwam een meisje mij zeggen dat ze plaatsvervangende schaamte had gehad).
Tot een jongen zijn vinger opstak. Of zij niet de minst gelovige generatie van alle tijden waren, vroeg hij, maar ook of zij ook niet de lààtste vrijzinnige generatie waren, want, zo voegde hij eraan toe, de mens kan toch niet leven zonder spiritualiteit. Toen werd het heel stil in de promotiezaal van de VUB.
Nu begrijp ik die haastige zendingsdrang van sommigen onder jullie, mijn beste vrijzinnige vrienden, en de poging om de politiek te hulp te roepen -vóór het te laat is.
Ik hoop op goede gesprekken dit jaar met jullie, vrij én zinnig.
Mark Van de Voorde
|